Strijktrio Mayersohn | Spitzer | Meeuws
strijktrio
strijktrio
Het succesvolle kamermuziekfestival “Chamber” in Rotterdam in 2018 was voor violist Hed Yaron Mayersohn, altviolist Roman Spitzer en cellist Pepijn Meeuws de aanleiding hun krachten te bundelen en samen een strijktrio te vormen dat zich toelegt op Weens repertoire. Onvoorwaardelijke liefde voor kamermuziek is wat hen bindt. Hed Yaron Meyerssohn (Tel Aviv 1989) is eerste assistent concertmeester van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en had al op jonge leeftijd een rijke ervaring op het gebied van kamermuziek. Zo richtte hij Ensemble Tamuz op, is lid van het Else Ensemble en prijswinnaar van de Felix Mendelssohn Bartholdy Hochschullwettbewerb Berlin. Roman Spitzer (St Petersburg 1969), soloaltist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft een indrukwekkende staat van dienst als solist en kamermusicus. Hij trad op met musici als Natalia Gutman, Maxim Vengerov en Misha Maisky op tal van toonaangevende festivals over de hele wereld. Als solist trad hij onder andere op met het Gewandhaus Kammerorchester. Pepijn Meeuws (Roermond 1974), eveneens lid van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, is mede oprichter van het succesvolle Trio Suleika, met wie hij onder andere de Vriendenkrans en de Kersjesprijs won. Pepijn is een kamermusicus pur sang en trad de afgelopen decennia op in tal van festivals in binnen- en buitenland voor radio en televisie met musici als Liza Ferschtman, Nicolas Altstaedt en Rick Stotijn. Als kamermusicus trad hij op in Europa, het Midden Oosten en de Verenigde Staten.
In dit programma twee monumentale componisten die stammen uit verschillende stijlperioden uit de geschiedenis van de beroemde muziekhoofdstad Wenen: Mozart en Schubert.
Het beroemde Divertimento KV 563 van Mozart vormt in dit programma het magnum opus. Dit sublieme en lijvige werk schreef Mozart drie jaar voor zijn dood op 32-jarige leeftijd. Het is één van zijn beroemdste kamermuziekwerken en uniek in zijn soort. Dit strijktrio bevat maar liefst 6 delen, die allen contrasteren en een heel eigen karakter uitdragen. De cello heeft in dit werk overigens een opvallend prominente en virtuoze rol in tegenstelling tot veel ander repertoire van deze componist. De ouverture van dit programma wordt gevormd door het eerste deel van het Strijktrio in Bes D471 dat Schubert schreef op 19-jarige leeftijd. De andere delen van dit werk zijn nooit voltooid, waardoor dit werk sindsdien als losstaand repertoirestuk wordt uitgevoerd.